Gewoon 'mens'
Gedurende het grootste deel van de geschiedenis hebben we mensen graag in duidelijke hokjes geplaatst. Dat gaf overzicht, structuur en houvast. Maar naarmate onze kennis toenam, bleek de werkelijkheid minder eenvoudig dan we dachten. Misschien wordt het tijd om niet langer te zoeken naar steeds meer labels, maar naar wat ons uiteindelijk allemaal verbindt.
Ooit leek de wereld overzichtelijk. Er waren mannen en vrouwen. Dat was althans het beeld dat de meeste mensen hadden. De werkelijkheid bleek echter iets ingewikkelder. Er waren mannen die zich aangetrokken voelden tot mannen en vrouwen die zich aangetrokken voelden tot vrouwen. Dat was voor veel mensen moeilijk te begrijpen. We noemden hen afwijkend, ziek of onnatuurlijk. Er werden woorden gebruikt die tegenwoordig terecht als beledigend worden ervaren. Pas veel later ontstond het besef dat homoseksualiteit geen ziekte is, geen afwijking die moet worden genezen en geen bedreiging voor de samenleving.
Toch is acceptatie een merkwaardig proces. Zodra een groep wordt geaccepteerd, blijkt er vaak alweer een volgende groep te zijn die moeite heeft om geaccepteerd te worden. Inmiddels gaat de discussie niet alleen meer over seksuele voorkeur, maar ook over identiteit. Er zijn mensen die biologisch als man zijn geboren maar zich vrouw voelen. Er zijn mensen die biologisch als vrouw zijn geboren maar zich man voelen. Er zijn ook mensen die zich geen van beide voelen of zich ergens tussen die twee uitersten bevinden.
Voor veel mensen is dat lastig te begrijpen. Dat is op zichzelf niet vreemd. Mensen hebben behoefte aan eenvoudige indelingen. Ons brein houdt van hokjes. Hokjes geven structuur, overzicht en voorspelbaarheid. Zodra iemand niet meer netjes in een bestaand hokje past, ontstaat verwarring. En verwarring leidt vaak tot weerstand.
Om die reden zijn er in de loop der jaren steeds meer termen, afkortingen, symbolen en vlaggen ontstaan. Wat ooit begon met homo- en lesbische emancipatie groeide uit tot een steeds uitgebreider geheel van identiteiten en aanduidingen. Voor de betrokkenen is dat vaak belangrijk. Het geeft erkenning, zichtbaarheid en een gevoel van verbondenheid. Zeker voor groepen die jarenlang zijn buitengesloten of veroordeeld, is dat begrijpelijk.
Tegelijkertijd vraag ik mij af of we daarmee niet ongemerkt een nieuwe vorm van onderscheid creëren. Waar vroeger mensen werden ingedeeld in mannen en vrouwen, delen we mensen nu soms in op basis van een steeds groter aantal kenmerken, voorkeuren en identiteiten. We vervangen het ene label door het andere en lijken vervolgens verbaasd dat de discussie steeds ingewikkelder wordt.
Misschien ligt de oplossing juist in de tegenovergestelde richting.
Misschien moeten we stoppen met het steeds verder verfijnen van de hokjes en onszelf afvragen waarom we die hokjes eigenlijk zo belangrijk vinden. Waarom moet iemand in de eerste plaats worden gedefinieerd door zijn seksuele voorkeur? Waarom moet een ander voortdurend uitleggen hoe die zich identificeert? Waarom is dat überhaupt relevant voor de meeste mensen die hij of zij dagelijks ontmoet?
Uiteindelijk zijn we allemaal eerst en vooral mens. De één houdt van mannen, de ander van vrouwen, weer een ander van beide of van geen van beide. Sommigen voelen zich volledig thuis in hun biologische geslacht, anderen niet. Dat zijn verschillen die bestaan en waarschijnlijk altijd zullen blijven bestaan. Maar verschillen hoeven niet automatisch tot afzonderlijke categorieën te leiden.
Hoe mooi zou het zijn als we op een dag zouden stoppen met die voortdurende behoefte om iedereen te classificeren. Niet omdat verschillen niet mogen bestaan, maar juist omdat ze mogen bestaan zonder dat daar steeds een apart label voor nodig is. Laat mensen gewoon zijn wie zij willen zijn. Laat hen leven op de manier die bij hen past, zolang zij anderen daarmee niet schaden.
Misschien komt echte acceptatie pas op het moment dat we niet langer voortdurend benadrukken waarin mensen van elkaar verschillen, maar juist erkennen wat zij gemeen hebben. Dan zijn er geen standaard- en niet-standaardmensen meer. Geen uitzonderingen, geen bijzondere categorieën en geen groepen die zich voortdurend moeten verantwoorden voor wie zij zijn.
Dan blijft uiteindelijk over wat we altijd al waren.
Gewoon ‘mens’.